• Contact formulier

    Thanks!

    Bedankt!

    Required fields not completed correctly.

O & M – Egoposities (onderdeel van NLP)

* (d,l,m,o) staat voor: docent, leerling, mentor en ouder

Training egoposities (NLP):

De antwoorden die mensen geven kunnen in vijf hoofdgroepen verdeeld worden (zie onder)

 De antwoorden zijn:         ouder       – kritische             (KO)

                                                                    – voedende           (VO)

                                          volwassene                                     (V)

                                          kind                   – aangepast        (AK)

                                                                    – vrij                     (VK)

       

De opmerkingen die hieronder weergegeven zijn, leiden vaak tot spanning, negatief denken en tenslotte tot verdriet. Deze wijze van denken, deze gedachte ondermijnen het zelfvertrouwen en uiteindelijk de motivatie.

Onderstaande opmerkingen heb ik de afgelopen 15 jaar genoteerd. Ik probeer passende antwoorden te vinden. Eerst een voorbeeld:

Een leraar vraagt aan een kind/ouder: “Weet je hoe laat het is?”

De antwoorden zouden kunnen zijn:

KO: Vreemd, ik vind dat een leraar moet weten hoe laat het is.

VO: Jammer, dat u geen horloge draagt. Ik weet een zaak waar ze horloges in uw smaak hebben.

V   : Het is drie uur

AK: Nee, meneer, maar ik wil in het lokaal hiernaast wel even navraag voor u doen.

VK: Een leraar die nog geen horloge heeft, grappig!

Nu de verschillende opmerkingen (van vreemd naar behoorlijk apart):

1.         Wat heb jij een gek shirt aan, zeg!

2.         Waarom heb je een vier voor Frans gehaald?

3.         Nathalie wat ben je stil!!!

4.         Wat loop jij vreemd?

5.         Kan jij niet praten?

6.         Ik vind  je  maar een typisch kind!

7.        Ik vind je moeder maar een stom mens!

8.         Je bent zeker een goedkoop bouwpakket geweest?

9.         Waarom ga jij ook niet eens naar het buitenland op vakantie? (tegen arm kind)

10.       Wat een puistenkop heb jij!

11.       Zeeman zit zeker bij jou om de hoek?

12.       Je  moeder is een hoer

13.       Wat een varkenskop heb jij!

Trainingsopgave egoposities:

Bij de eerste drie opmerkingen heb ik geprobeerd vijf verschillende antwoorden te geven (zie de afkorting erachter). Daarna concentreer ik me meer op de “vrije kind”- antwoorden (cursief gedrukt).

1.         “Wat heb jij een gek shirt aan, zeg!

–           Je hebt gelijk, maar alles was in de was.  (KO)

–           Ja, ik moet nodig iets nieuws hebben, weet jij nog een leuke zaak? (VO)

–           Ja, ik vond het gewoon de hoogste tijd worden voor zoiets. (V)

–           Nou je het zegt, het valt me ook tegen. Ik denk dat ik het niet meer aan doe! (AK)

–           Shirt? Gek! Het is mijn pyjama, ik had vanochtend geen tijd om me om te kleden. (VK)

 

2.         ”Waarom heb je een vier voor Frans gehaald?

–           Ja, stom hè, ik laat het niet meer gebeuren!  (KO)

–           Tja, het gaat niet zo lekker de laatste tijd. Kun je me helpen?  (VO)

–           Gewoon niet goed genoeg geleerd.    (V)

–           Ik weet niet wat ik heb. Ik zal heus mijn best blijven doen.  (AK)

–           Daar had ik nou gewoon eens zin in.  (VK)

–           Ik was toe aan een vier.  (VK)

–           Ik spaar vieren, voor elke vier krijg ik 5 euro.  (VK)

3.         “Nathalie wat ben je stil!!!

–           Soms weet ik gewoon niet wat ik moet zeggen, daar baal ik zelf ook van!  (KO)

–           Gek, hè? Soms wil ik alleen maar naar jullie luisteren.   (VO)

–           Stille wateren hebben diepe gronden.   (V)

–           Het spijt me ontzettend, ik zal er op letten.  (AK)

–           Dan kan ik eens goed over JOU nadenken!   (VK)

 

Om dicht bij onszelf te blijven, bij onze kern, is het VK-antwoord het leukste, handigste, veiligste, interessantste om te gebruiken. Het geeft de mens het gevoel van een glimlach, van ruimte, van veiligheid terug. Zoals boven reeds gemeld zullen we ons in de volgende voorbeelden op dit soort antwoorden (cursief) concentreren.

4.         “Wat loop jij vreemd?”

–           Weet je, ik moet je een geheim vertellen, ik ben pas veel later gaan lopen. (VK)

–           Ik studeer op dit moment voor een Walt Disney film. (VK)

–           Ik ben in eerste instantie maar met één voet geboren. (VK)

–           Toch heb ik vandaag nog geen eens zoveel gedronken. (VK)

–           Mijn verkering is net uit, dus ik mis hem wel en dat zie je aan mijn lopen. hè? (VK)

5.         “Kan jij niet praten”

–           Ik laat het meestal aan anderen over.

–           Nee, niet echt, pas op latere leeftijd geleerd.

–           Schei uit, als ik er al aan denk wordt ik al moe.

–           Stil, ik heb een weddenschap afgesloten.

–          Gebarentaal zou ik wel willen leren.

6.         “Ik vind  je  maar een typisch kind!”

–           Beter apart dan Zeeman.

–           Ja, dat zeiden ze thuis ook al.

–           Ja, goed hè, ik geloof dat ik heel bijzonder ben.

–           Ik ben inderdaad heel erg blij met mezelf, gelukkig anders dan alle anderen.

–           Kind? Ik ben die ik ben!

7.         ”Ik vind je moeder maar een stom mens!”

–           Ja, mijn moeder is zeer bijzonder.

–           Nou, ze kan best praten hoor!

–           Ja, het is een aparte.

–           Ik heb haar niet zelf uitgezocht … maar ik begin er aan te wennen.

–           Ja, maar ik doe ze echt niet weg! Ik ben gek op haar.

8.         “Je bent zeker een goedkoop bouwpakket geweest?”

–           Dat kun je wel zeggen. In de uitverkoop ging ik als laatste weg.

–           Bouwpakket? Nee, ik ben van restanten samengesteld.

–           Bouwpakket? Wat is dat?

–           Ja, ik weet niet wat het is maar ik breek steeds wat.

–           Ach, krakende wagens gaan het langst mee.

9.         “Waarom ga jij ook niet eens naar het buitenland op vakantie?” (tegen arm kind)

–           Ik kom er net vandaan. Mij niet gezien.

–          Ik begin net aan Nederland te wennen.

–          Best eng.

–          Okay, zeg maar wanneer we gaan.

–          Je bedoelt naar de boerderij?

10.       “Wat een puistenkop heb jij!”

–           Ja, het is een mooie verzameling. Ik ben er best trots op.

–           Ja, gaaf hè? Op deze grote ben ik best trots, die krijg je niet!

–           Binnenkort kan ik mee doen aan het Nederlands kampioenschap.

–           Ja, ik heb alles geprobeerd maar niets werkt.

–           Zo krijg ik overal voorrang!

11.       “Zeeman” zit zeker bij jou om de hoek?”

–          Ja en mijn vader is manager.

–          Onze hele familie is zeeman! We houden van de zee.

–          Ik wil niet te veel geld aan kleding uitgeven.

–          Nee, ze zijn net verhuisd.

–          Nee, hij is bij ons ingetrokken!

 

12.       “Je  moeder is een hoer

–           Oh ja? Heb jij veel verstand van hoeren. Vertel!

–           Ach dat rijmt op boer. Grappig.

–           Hoe weet jij dat, kom je er regelmatig?

–           Doe niet zo stoer!

–           Je hebt het recht niet dat te zeggen.

 

13.       “Wat een varkenskop heb jij!”

–           Het is een kwestie van oefenen.

–           Een grotere is haast onmogelijk, hè?

–           Mijn vader heeft een grote slachterij, dus ik moet oppassen!

–           Ik hoef me met carnaval in ieder geval niet te vermommen.

–           Zo ben nu eenmaal geboren. 

Tot slot twee anekdotes uit mijn mentorklas:

  1. a.      Één van mijn brugklasleerlingen ging na schooltijd even voetballen met vrienden op het pleintje in de buurt. Nadat hij klaar was liep hij naar zijn fiets die even verderop tegen een boom geparkeerd stond. Daar aangekomen stond er een jongen voor hem, een onbekende, die zei: “Ben jij een homo?”, waarop hij antwoordde: “Weet jij veel van homo’s, vertel!” Hij liep direct weg. Zo, daar had hij geen last meer van.
  2. b.      Een meisje uit de brugklas loopt door de gang en passeert een 3de klasser die tegen haar zegt: “Je bent van voren helemaal plat!”, waarop zij antwoordt:”Je moet goed kijken, ook de  achterkant en de zijkanten zijn plat!” Ze heeft nooit meer last gehad van dat “jongetje”.

We zien in deze voorbeelden dat het waarheidsgehalte bijzonder beperkt is. Er is totaal geen echte aandacht voor jou als persoon. De mensen die dit doen, handelen vanuit een zeer beperkt, verengd bewustzijn. Ze laten zich door zeer uiteenlopende emoties (alle emoties zijn misleidend)leiden. Dat kunnen er velen zijn: aandacht willen, een groot ego hebben, gefrustreerd zijn (geen vrienden, relatie uit, ruzie thuis), ergernis, boosheid, eenzaamheid. Dit wordt dus afreageren! Over het algemeen zitten deze mensen in hun hoofd. Een hoofd vol negatieve gedachten diende basis zijn voor reactief aanwezig zijn.

Al met al heeft dit niets met jou te maken en toch willen ze jou binnen deze hoge negatieve trillingsfrequentie slepen. Laat het niet gebeuren! Energieverlies! Laat je niet meeslepen. Je geluk, maar ook je zelfvertrouwen en motivatie kunnen daardoor sterk verminderen doordat je uit balans raakt.

Als het goed is kies je voor geluk en niet voor drama.

Ter controle: Kijk naar jezelf en zeg: “Ben ik een    ja, maar …    of een ja, en …  . Ik hoop dat het laatste het geval is.

Ik hoop dat jullie de komende jaren door deze voorbeelden een attitude ontwikkelen waardoor je meer bij jezelf kunt blijven in deze wereld met bijzonder bewoners die aarde heet en waar we gelukkig even mogen vertoeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*