• Contact formulier

    Thanks!

    Bedankt!

    Required fields not completed correctly.

Opvoeden en het denken

Opvoeden en het denken 

De meeste mensen denken dat de gebeurtenissen, de dingen die je meemaakt, je geluk bepalen. Door dit te denken heb je inderdaad weinig over je eigen leven te zeggen. Je bent dan afhankelijk van de dingen die je meemaakt.

Gelukkig is dat niet waar ook al denken heel veel mensen dat wel. Het zijn echter niet de dingen die om je heen gebeuren die jou geluk bepalen. Het zijn je gedachten over die gebeurtenissen die jouw gevoel en daardoor jouw gedrag beïnvloeden. Dat is een heel groot verschil.

Kort gezegd:

Het zijn niet de gebeurtenissen die jou leven bepalen maar hoe JIJ erover denkt.

Nog korter:

G1 + G2 = G3 + G4 = G5 + G6 

Het G-denken kan het simpelste in bovenstaande formule weergegeven worden.

Met de volgende toelichting:

G1 staat voor gebeurtenis

G2 voor gedachte

G3 voor gevoel

G4 voor gedrag

G5 voor gevolgen

G6 voor geluksgevoel

Waarbij dus de meeste mensen denken dat de gebeurtenis (G1) zowel het gevoel(G3) en het daaruit voortvloeiende gedrag(G4) bepalen.

Dat is nièt zo!

Dat wat je overkomt bepaal je niet zelf maar hoe je erover denkt wel!

Dat houdt in dat je denken, je gevoel en je gedrag beïnvloedt en uiteindelijk ook de gevolgen(succes/faal-ervaringen) en hoe je in het leven komt te staan (geluksgevoel).

Voorbeeld:

G1 staat voor gebeurtenis      (leraar geeft op het laatste moment een toets op)

G2 voor gedachte                  (“Nee toch! Ik stond net een 5,5!”, “Als dat maar goed gaat!”)

G3 voor gevoel                      (“Dat wordt niks!” (rotgevoel) , “Ik krijg het niet geleerd!”)

G4 voor gedrag                      (veel spanning, aanmaak van adrenaline, stress, black-out)

G5 voor gevolgen                  (slecht resultaat)

G6 voor geluksgevoel            (weinig geluksgevoel: “Ik had het wel gedacht!” en weinig  perspectief voor de toekomst,  negatieve   spiraal)

Voorbeeld (strategie wijziging):

G1 staat voor gebeurtenis      (leraar geeft een toets op)

G2 voor gedachte                  (“Ik kan het, ik krijg nog een kans op een echte voldoende, ik ga de zes in ieder geval halen, , ik ga ervoor, …” )

G3 voor gevoel                       (“Yes! Ik kan het!”,  “Het leren gaat best snel zeg!”)

G4 voor gedrag                      (Best ontspannen. Goed gevoel: “Kom maar op met die toets!” )

G5 voor gevolgen                  (De toets viel best mee, het ging lekker.)

G6 voor geluksgevoel          (Goed cijfer: “ Het komt de volgende keer ook wel goed! Ik kan het best!”

 

Tot slot een paar uitspraken om te onthouden:

Uitspraak: “Denken is worden . Wees daarom uiterst voorzichtig met je gedachten”  (auteur onbekendj)

Uitspraak: “You become what you think most of the time” (Earl Nightingale) 

Uitspraak: “Whatever the mind of man can conchieve and bring itself to believe you can achieve” (Napoleon Hill)

Uitspraak: “Een pessimist heeft gelijk, een optimist is gelukkig!”(auteur onbekend)